SIELESALT  DE MAISFROU 

De Stentor - Dick Laning

NYNKE LAVERMAN IS EEN NOMADE IN HAAR EIGEN MUZIEK

Ze woont in de Friese taal maar als zangeres heeft Nynke Laverman geen vaste woon- of verblijfplaats. Een zwerver in de muziek is ze, die haar tent opbreekt zodra ze zich thuis gaat voelen. Nomade heeft daarom een dubbele betekenis: het verwijst naar haar verblijf van een maand bij een nomadenfamilie en tegelijk naar haar karakter.

In het openingslied ‘De ûntdekker’ zit haar hele verhaal: “ik wol witte wa’t ik bin / yn alle hoeken fan de wrâld / ik wol noch net nei hûs / ik wol it witte”. Eerst dendert haar band als een wonderlijke fanfare en schreeuwt ze als het ware de leegte van de steppe toe. Tot de stilte vertwijfeling brengt en ze breekbaar fluistert: “mar fyn my als ik immen fyn / fan wa’sto net mear hâlde kinst / fyn my, fyn my dan werom”. De angst om in het onbekende land zichzelf te verliezen en het verzoek aan haar geliefde om haar juist dan te zoeken – ook in de liefde kun je een nomade zijn.

Na de fado in Sielesâlt en het Mexicaanse De Maisfrou verlegt Nynke Laverman haar grens naar Mongolië. Sielesâlt was nog heel erg fado, de Maisfrou muzikaal al veel breder en Nomade is weer een stap vooruit. Laverman doet betrekkelijk weinig met de muziek van Mongolië en heeft zich vooral laten inspireren door het harde bestaan van de nomaden. Haar reisverhaal is er een met vooral vragen, met evenveel dorst naar als angst voor het onbekende.

Haar poëtische teksten en de veelkleurige composities van bandleider Ward Veenstra zorgen voor evenveel vervreemding als herkenning. Laverman kan woest zijn als het lege landschap van Mongolië, droef als een dolende ziel op de steppe en kwetsbaar in haar verlangen naar thuis. Daarom laat ze aan het eind de opname van een Mongools wiegeliedje horen en zingt er een slaapliedje overheen in haar eigen Friese taal. 


CultuurpodiumOnline – Barbara Klomp

(...) Nynke Laverman kan zingen, zover is duidelijk, maar daarnaast is ze ook een begenadigd vertelster. Ze vertelt de verhalen van de Nomaden waarmee zij leefde. Verhalen over de steppe, de familie, over riten en gewoonten. (...)

Het zijn prachtige verhalen met nog bijzondere muziek en zang. Vijf muzikanten begeleiden haar op verschillende instrumenten en zelfs het lichtplan en het ogenschijnlijk eenvoudige decor blijft boeien. De voorstelling is soms krachtig, overdonderend en op een ander moment ingetogen, persoonlijk en kwetsbaar. Het was dan ook niet meer dan logisch dat zij en haar topmuzikanten, een staande ovatie kregen.


Leeuwarder Courant
– Gooitsen Eenling


ZWERVEN TUSSEN WEEMOED EN PASSIE

Daar niet kunnen vertellen waar je vandaan komt. Hier niet kunnen vertellen waar je bent geweest. Nomade tussen her en der. Voor haar nieuwste programma woonde Nynke Laverman een maand bij een nomadenfamilie in Mongolië. Beelden en verhalen leverden uniek liedmateriaal op. De lange schaduwen op de droge steppe, sneeuw in augustus, de verbondenheid met alles om je heen. Maar ook het door wodka geïnspireerde wolvenlied van de eenzame vrouw of het geluid van de kevers die uit de tenthemel vallen en dromen onthullen. Laverman verpakt haar impressies in fraaie poëtische teksten en veelal slepende melodieën die zwerven tussen weemoed en passie. (...)

De eigenzinnige arrangementen zijn van grote klasse, de vier muzikanten weten wonderlijke sferen op te roepen met gitaren, dulcimer, lapsteel, harmonium en een scala aan slagwerk. Alles in dienst van het dan weer robuuste, dan weer breekbare stemgeluid van Laverman. En zo nu en dan klinkt een echo uit de steppe van Mongolië: een ritme, rinkelende belletjes, een flard gezang.

Een molen met draaiende spiegelwieken, oplichtende peertjes, ze kleuren het verlangen het onbekende te ontdekken dat de hele avond het podium vult. (...)

‘Ik wil nieuwe aarde onder mijn voeten’, zingt Laverman in haar slotlied, ‘Laat me gaan’. Natuurlijk laten we dit grote talent gaan. Maar ze moet wel terugkomen naar het ‘heitelân’ om te verhalen van haar avonturen. Met liedjes die sporen nalaten in het gemoed van ons allemaal.


Friesch Dagblad -
Hessel Fluitman


NYNKE LAVERMAN IS ZICHZELF

Toelevend naar het concert vroeg ik me af: waarom moest ze nou zo nodig helemaal naar Mongolië? En hoe verwerkt ze die reis in haar muziek, in haar concert? Gaandeweg het concert in De Harmonie in Leeuwarden bleek dat Nynke Laverman er gewoon een reisverhaal van maakte. Teruggrijpend, alsof ze op een doarpsjûn vertelde over een verre reis. Alleen niet met de obligate dia’s, maar met muziek, liederen en zichzelf. Daarmee wist ze het kneuterige van zo’n traditionele avond voor de dorpsgenoten ver te ontstijgen. De combinatie van vertellen en zingen over die reis versterkte het geheel. In de loop van de avond realiseerde je je dat het gewoon heel goed is wat ze doet. Ze droeg de avond. Het thema, de muziek en het theater vormden zich tot een eenheid.

Misschien kwam dat wel omdat ze in Nomade nu echt over zichzelf, over haar eigen belevenissen zingt en die inleidde met haar eigen visie op de bezongen gebeurtenissen, ontmoetingen, indrukken. Het kwam vooral omdat ze de teksten van de liederen zelf heeft geschreven en een grote hand in de melodieën heeft gehad. Dankzij de inleidinkjes kwamen de liederen ook veel sterker over, dan zo kaal van de cd. Dat maakte de liederen rijker.

Dat ze een stel fantastische muzikanten achter zich heeft, zal ook meegeholpen hebben om het programma naar dit niveau te tillen. De gitarist Ward Veenstra, voor een deel ook de componist van vele melodieën, begeleidde sterk. Maarten Helsloot was niet alleen thuis op de diverse toetsinstrumenten, maar ook op de laptop. Reyer Zwart bespeelde verschillende basinstrumenten en een Spaanse gitaar. Sytze Pruiksma was als altijd de perfecte ritmeman, met zijn vele mogelijkheden.

En dan de liederen zelf. De verhalen en de beeldspraak die ze in haar teksten heeft verwerkt zijn zo nu en dan betoverend. Helemaal in samenspel met de melodie en de begeleiding. Zo hoorde je in Snie yn augustus de sneeuw ook vallen door het samenspel van marimba en gitaar. Niet verbazingwekkend was dat de song waarbij je eigenlijk dacht: nu zakt het in Nynke, niet van haarzelf was maar van Radiohead. Vast een goede song, maar in dit verband viel die buiten de boot. Het verhaal van de torretjes, die in het donker in de tent naar beneden vielen en haar aan het denken zetten, had weer wel poëtische waarde. Daardoor kon ze in de Toek toek tuorren haar verklaring geven waar de dromen van de nomaden vandaan komen. Dat ze door de lengende schaduwen van de vallende avond werd geïnspireerd tot het schrijven van een lied over koninklijke steltlopers is een prachtige vondst. Het geeft ook het zelfstandige en waardige van de mensen weer, bij wie ze logeerde. Dat ze hier in Fryslân een thuiswedstrijd speelde, zal tenslotte ook hebben meegewerkt aan het feit dat het geheel van de verhalen en de liederen als vanzelfsprekend en vooral heel toegankelijk bij het publiek overkwam.


De Noordoostpolder
- Job Degenaar 


OP EENZAME STEPPENHOOGTE

Twee eigenzinnige jonge vrouwen verrijken momenteel de Nederlandse muziek: Wende Snijders en Nynke Laverman. Beiden, wars van al te gemakkelijk scoren, zoeken nieuwe wegen. Of beter: leggen die aan. Laverman doet dat door haar Friese achtergrond te verweven met andere culturen. Een dag voor de première in Amsterdam verklankt ze op een podium vol indrukwekkende instrumenten haar verblijf bij een nomadengezin op de Mongolische hoogvlakten, begeleid door haar uitstekende band. De reis is vooral een zoektocht naar zichzelf. Met ‘Ik bin de ûntdekker/ fan it grutte ûnbekende yn my’ opent ze overweldigend de avond, in een stuwend ritme vol key-changes, met snaartrommels en bekkens. Met haar hakken stampt ze het hafabra-achtig ritme mee en komt goed op dreef. Haar licht hese stem reikt ver en blijft zuiver. (...)

Een prachtig lied als ‘Snie yn augustus’ zingt ze uitbundig, dan weer ingetogen broos. De bandleden begeleiden haar voortreffelijk. Diverse muziekstijlen, waaronder de flamenco, passeren de revue. Ward Veenstra zorgt voor Segovia-achtig gitaarspel, maar ook Radiohead-klanken waaien aan. Sytze Pruiksma bespeelt subtiel de dulcimer. Met het pakkende ‘Lit my rinne’ eindigt het Mongolische avontuur, waarna enkele toegiften volgen, afgesloten met een a-capella-gezongen Fries slaapliedje, vermengd met steppenzang, voor een geestdriftig geworden zaal. Hier staan topmusici op de planken. Het duurt niet lang meer of het grote publiek zal ‘La Laverman’ omarmen.  



MOORS Magazine:

Nynke Laverman ging naar Mongolië, kwam terug en nam een cd op met vooral zelfgeschreven, of gedeeltelijk zefgeschreven nummers die niet zozeer Mongools klinken (op een paar fragmenten na), maar die wel heel goed laten horen dat Laverman op een muzikale avonturenreis is die nog lang niet afgelopen is. Het is ook duidelijk dat ze af wil van haar imago van Fries Fadomeisje. Dat lukt hier heel goed, want ze heeft een fascinerende cd gemaakt die in geen enkel hokje past. Om te beginnen de overrompelende start van het album (let vooral op de ritmesectie), en dan naar een fragment waarin electronica een grote rol speelt. Er wordt op dit album ook nog een compleet symfonieorkest ingezet, blazers, veel verschillende percussie, allerlei snaarinstrumenten en uiteraard de stem van Laverman. Het is een adembenemend mooi album geworden met zeer veel fraaie verrassingen. Zeer gevarieerd en zeer, zeer mooi. Een absolute aanrader.


Platomania - Ruud Verkerk:

De fado achter haar gelaten en met een heerlijke Mexicaanse maaltijd achter de kiezen stapte Nynke Laverman vorig jaar in de trein naar het verre Mongolië. Op zoek naar avontuur en naar het pure overleven zoals een steeds kleiner wordende groep nomaden dat nog kennen. Ze bleef een maand en kwam terug met een koffer vol inspiratie. Het album Nomade draagt zij op aan Mishka en Badambud. Zij introduceerden haar in hun wereld, lieten haar de ware stilte ontdekken en leerden haar nieuwe stemtechnieken. Op de hoes zien we Nynke te midden van de elementen met in haar kielzog een fanfare met dierenkoppen. Een theatraal beeld dat nieuwsgierig maakt naar de komende theatertoer. De muziek klinkt monumentaal en trots met breed uitgemeten arrangementen van het City Of Prague Philharmonic Orchestra , maar ook subtiel dankzij de muzikale fijnzinnigheid van haar combo onder aanvoering van Ward Veenstra. Bijzonder is dat Nynke ditmaal ook alle teksten zelf schreef. Snie Yn Augustus is wat dat betreft prachtig te noemen, maar de rest doet daar nauwelijks voor onder. Het is een spannend werkstuk geworden dat sterk contrasteert met haar veel zonnigere album De Maisfrou, maar dat vanuit creatief oogpunt de juiste stap is.



Dagblad van het Noorden:
 

(…) Nomade is veel minder wereldmuziek dan haar eerste twee albums, maar meer met beats en elektronica. Veel ruiger en minstens zo spannend. De CD klinkt als één lange suite. Over dromen en sneeuw in augustus, vaak even sprookjesachtig en surrealistisch als het prachtige hoesontwerp. In het slotstuk Lit my rinne (Laat me lopen) zingt Laverman ‘ik moat fierder’ (ik moet verder). De tournee van Nomade is nog maar net gestart, maar dit opvallende project maakt ook zeer nieuwsgierig naar haar vólgende stap. (ip)


De Leeuwarder Courant
- Jacob Haagsma:

Het openingsnummer van 'Nomade' is tegelijk een beginselverklaring en lichtelijk misleidend. "Ik wol witte wa't ik bin / yn alle hoeken fan 'e wrâld", zingt Nynke Laverman met fanatiek drama over een uptempo begeleiding met schetterende orkesteffecten en elektronische versieringen. Het is een imposante opener, die iets van haar drijfveren blootlegt. De meeste nummers die volgen zijn een stuk langzamer: tere, haast impressionistische liedjes soms, die een enkele keer een elektronische beat meekrijgen en wat meer tempo meekrijgen. Lichte kost is het niet, want Nynke mijdt al te behaagzieke melodieën. Ze roept wel een imposante klankwereld op, een zoektocht naar zichzelf die een fraaie, maar soms wat abstracte verklanking meekrijgt. De arrangementen zijn bijzonder transparant en verzorgd, en dan kan zoiets best. Bijzonder is dat ze vrijwel alles zelf schreef. In vocaal opzicht is ze trefzeker en expressief, met enige exotische trillers en uitschieters als een souvenir van haar verre reizen. Het klaphoesje is ook prachtig: fijn dat er nog iemand in het medium cd gelooft.